Flexibel toezicht in de kinderopvang: ‘Ik verwacht dat we leukere gesprekken krijgen.’

Meer onvoorspelbaarheid en diepgang in de inspecties, dat is het doel van het flexibel toezicht in de kinderopvang. Vanaf dit jaar mogen gemeenten en GGD’en alvast aan de slag met deze nieuwe vorm van toezicht, die per 2024 landelijk moet worden ingevoerd. Toezichthouder Bibi van Empelen dacht namens GGD Gooi en Vechtstreek mee. ‘Als je op onderdelen kunt focussen, geeft dat meer zicht op de kwaliteit.’

Bibi van Empelen begon drie jaar geleden als toezichthouder bij GGD Regio Gooi en Vechtstreek, na als pedagogische medewerker bij verschillende kinderopvangorganisaties gewerkt te hebben. Als toezichthouder maakt ze deel uit van een zelforganiserend team en krijgt ze de ruimte om extra taken op te pakken. Zo praat ze sinds kort mee in een landelijke klankbordgroep kwaliteit over flexibel toezicht. ‘Uiteraard doet mijn hele team voluit mee, want vanaf 2024 moet flexibel toezicht landelijk worden ingevoerd. We zitten nu in een overgangsperiode, waarin GGD’en en gemeenten de ruimte krijgen om er alvast mee aan de slag te gaan. In onze regio hebben we afstemming met onze gemeenten gezocht over hun wensen. In het flexibel toezicht hebben gemeenten nieuwe taken, en wij denken met hen mee.’

Beter toezicht
Frank Beijk, die zich als beleidsmedewerker GGD GHOR Nederland bezighoudt met ontwikkelvraagstukken en veranderingstrajecten, legt uit wat de achterliggende gedachte is van flexibel toezicht: ‘Je wil altijd kijken hoe het toezicht beter kan. Toezichthouders, gemeenten, het ministerie van Sociale Zaken (SZW) en de Inspectie van het Onderwijs wilden graag dat het toezicht onvoorspelbaarder werd. Nu laten we tijdens de inspectie nog vaak stukjes liggen, omdat er een lange lijst met verplichte onderdelen afgewerkt moet worden. Om toezichthouders praktische handvatten te geven, hebben we een handreiking ontwikkeld, die zegt: dit zijn de kernpunten die landelijk hetzelfde zijn, en daarnaast heb je ook ruimte om het in jouw regio op je eigen manier in te vullen.’ In de handreiking, die werd ontwikkeld door GGD GHOR Nederland en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), staan de keuze-onderdelen voor het risicogestuurd toezicht waar GGD’en mee kunnen werken. Verplichte onderdelen blijven de verklaring omtrent gedrag (VOG), het personenregister PRK, de pedagogische kwaliteit en de eisen aan voorschoolse educatie. De andere onderdelen zijn variabel, wat betekent dat toezichthouders ervoor kunnen kiezen om enkele over te slaan. Dat geeft ze de kans om zo nodig dieper in te gaan op onderwerpen die zij belangrijk vinden.

Accenten leggen
Ook onder de gemeenten in Gooi en Vechtstreek leefde de wens van meer onvoorspelbaarheid, vertelt Bibi van Empelen. ‘Zij zagen kans op verdieping. Nu inspecteer je als toezichthouder in de breedte op heel veel verschillende onderdelen, maar als je op enkele daarvan kunt focussen, geeft dat misschien wel meer zicht op de kwaliteit. Onze gemeenten zitten daarin op één lijn.’ Gemeenten kunnen binnen het flexibel toezicht ook aandacht vragen voor specifieke thema’s, bijvoorbeeld problemen die lokaal spelen of juist actuele landelijke thema’s. Ook toezichthouders hebben in het flexibel toezicht meer ruimte voor hun eigen invulling. Dat doet recht aan hun professionaliteit, denkt Van Empelen. ‘Maar het doet ook recht aan de ervaring van de houder. Als die al jarenlang heeft laten zien dat hij een onderdeel goed op orde heeft, is het fijn om het over iets anders te hebben, waar hij wél van kan leren.’

Blinde vlekken
Stel, de toezichthouder heeft van de gemeente als belangrijk thema veiligheid en gezondheid meegekregen. ‘Bij het onderdeel vervoer wil je als toezichthouder niet alleen weten hoe het praktisch geregeld is, maar ook wat daarover in het pedagogisch beleid staat’, legt Van Empelen uit. ‘Of neem het onderwerp mentorschap. Dat gaat óók over het voeren van gesprekken met ouders en het pedagogisch beleid. Zo kun je onderlinge verbinding aanbrengen in de inspectie en ontstaat er meteen ook een leuker gesprek.’ Beijk vult aan: ‘Het afdraaien van lijstjes is saai voor iedereen. Houders zeggen vaak: kun je niet eens kijken waar ik waar ik écht mee bezig ben? Door een deel van de vaste set vrij te geven, geef je toezichthouders de vrijheid om bepaalde thema’s aan te snijden. Daarmee help je houders bovendien om hun blinde vlekken te ontdekken. Je moet als toezichthouder gevarieerd kijken en door het hele spectrum heen blijven wandelen.’

Snel wennen
In regio Gooi en Vechtstreek gaat de nieuwe werkwijze in juni van start. Om houders op de nieuwe situatie voor te bereiden, heeft de GGD samen met de regiogemeenten een nieuwsbrief verstuurd. Maar, benadrukt Van Empelen, uiteindelijk zal er niet zóveel veranderen: ‘We toetsen nog steeds de wet Kinderopvang. De houder zal tijdens inspectie misschien af en toe zeggen: wat stel je nou voor vraag? Maar ik verwacht dat de nieuwe werkwijze snel zal wennen.’ Misschien, denken de twee, worden er aanvankelijk meer overtredingen geconstateerd, omdat er blinde vlekken aan het licht zullen komen. Maar die zijn waarschijnlijk vooral van het soort dat snel opgelost kan zijn. Beijk: ‘GGD GHOR Nederland is niet op zoek naar overtredingen. We willen de kwaliteit in de kinderopvang stimuleren en streven naar herstel van kwaliteit. Een paar jaar geleden hebben we het herstelaanbod geïntroduceerd voor overtredingen die makkelijk op te lossen zijn. Daarbij wordt meestal niet gehandhaafd, waardoor houders er veel minder last van hebben.’ Van Empelen vult aan: ‘Als er alleen een wijziging nodig is in een beleidsstuk zeggen we: je hebt twee weken om het aan te passen. Dat voelt minder heftig, omdat je het snel kunt oplossen.’

Overgangsperiode
In deze overgangsperiode verzamelt GGD GHOR Nederland data om te monitoren wat de effecten van het flexibel toezicht zijn. Daarbij wordt gekeken naar kwaliteit en het aantal overtredingen. Niet alleen het aantal overtredingen wordt in de gaten gehouden, ook zal Beijk scherp letten of gemeenten flexibel toezicht aangrijpen om te snijden in de kosten. Aan de vaste set met vragen was een minimum inzet verbonden. Nu het verplichte deel kleiner is, bestaat de vrees dat gemeenten, die toch al onder druk staan, op het toezicht gaan bezuinigen. Maar tot nu toe zijn daar geen aanwijzingen voor, zegt Beijk. Wat nog onderwerp van discussie is, is de vraag of uiteindelijk meer onderdelen tot het vrije deel mogen gaan behoren, zoals pedagogische kwaliteit. ‘Natuurlijk is dat een ontzettend belangrijk onderdeel’, zegt hij. ‘Maar als de pedagogische kwaliteit op een locatie altijd goed was, is het misschien zonde om daar veel tijd aan te besteden.’ Van Empelen vult aan: Als iets opvalt of ik heb er geen goed gevoel bij, doe ik er zeker navraag naar. Welk onderwerp het ook is.’

Vertrouwen
Van Empelen verwacht dat houders in haar regio de nieuwe werkwijze zullen begrijpen. De koepelorganisatie zal in 2023 op landelijk niveau de resultaten evalueren. Ook op regionaal niveau wordt er op flexibel toezicht gereflecteerd. ‘We gaan houders vragen hoe zij de nieuwe werkwijze ervaren’, zegt Van Empelen. ‘We willen hen op alle niveaus meenemen.’ Beijk vindt openheid daarbij belangrijk. ‘Ik heb nog nooit een sector gezien waarin de spelers zó gemotiveerd zijn om kwaliteit te leveren. Zij willen ook dat wij de ‘cowboys’ die snel geld willen verdienen, eruit krijgen. Flexibel toezicht is een vorm van vertrouwen waarbij we meer durven loslaten en tegelijkertijd meer verdiepende gesprekken gaan voeren.’ Van Empelen denkt dat de nieuwe werkwijze over een paar jaar al helemaal zal zijn ingeburgerd. Tegen die tijd zal ze misschien weer bij een andere innovatie betrokken zijn. Beijk: ‘Je hebt mensen nodig zoals Bibi die kansen zien, een zaadje laten ontkiemen en het lef hebben om nét even verder te kijken.’

 

Lees ook