Luchtverontreiniging

Luchtverontreiniging is een belangrijke oorzaak van ziekte en sterfte in Nederland, ook al wordt door veel overheden en bedrijven hard gewerkt aan gezondere lucht. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) roept op de luchtkwaliteit overal verder te verbeteren, omdat iedere verbetering leidt tot gezondheidswinst. De GGD’en pleiten daarom voor extra inzetten op gezonde lucht, door iedereen en overal. Zij roepen alle gemeenten op om zich aan te sluiten bij het landelijke ‘Schone Lucht Akkoord’, dat daarvoor is opgericht.

Blootstelling aan luchtverontreiniging veroorzaakt ernstige gezondheidseffecten, ook onder de wettelijke normen

De luchtkwaliteit in Nederland is de afgelopen jaren verbeterd, maar veroorzaakt nog steeds veel schade aan de gezondheid en vroegtijdige sterfte. Luchtverontreiniging veroorzaak en verergert aandoeningen aan luchtwegen en longen (inclusief longkanker) en aandoeningen aan hart en bloedvaten. Iedereen kan ziek worden maar kinderen, ouderen en mensen met luchtweg- of hart- en vaataandoeningen zijn extra gevoelig en lopen een hoger risico. Blootstelling aan luchtverontreiniging veroorzaakt ook vroegtijdige sterfte. De Gezondheidsraad concludeert dat de levensverwachting in Nederland gemiddeld bijna een jaar korter is dan in een situatie zonder luchtverontreiniging.

 

Het RIVM berekende in 2018 dat luchtverontreiniging behoort tot een van de belangrijkste risicofactoren voor de gezondheid, namelijk 3,5% van de ziektelast. Na roken (13%) behoort luchtverontreiniging daarmee tot één van de belangrijkste risicofactoren, in dezelfde orde van grootte als overgewicht.

Volgens de recente inzichten van de WHO is de ziektelast* eigenlijk nog groter dan 3,5%, omdat deze effecten ook optreden bij zeer lage blootstellingen. Deze grote gezondheidsschade door luchtverontreiniging in Nederland treedt op terwijl de luchtkwaliteit bijna overal aan de wettelijke normen voldoet. Dit komt doordat luchtverontreiniging overal is en iedereen, levenslang, vervuilde lucht inademt.

*De ziektelast wordt berekend aan de hand van de verloren levensjaren door vroegtijdige sterfte, het aantal jaren dat we leven met gezondheidsproblemen en de ernst daarvan.

Voorkom gezondheidsschade: GGD’en pleiten voor extra inzetten op gezonde lucht

De GGD’en pleiten voor extra inzetten op gezonde lucht: werk aan een luchtkwaliteit die minimaal voldoet aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie, en zet in op continue verbetering.

De wettelijke normen voor luchtverontreiniging in Nederland zijn hoger dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In 2021 heeft de WHO deze advieswaarden bovendien fors aangescherpt.  De grote hoeveelheid aan onderzoeken uit de afgelopen vijftien jaar laten zien hoe serieus en veelomvattend de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging zijn.

Onderzoek in de laatste jaren heeft bovendien aangetoond dat deze effecten ook optreden op plekken met relatief (zeer) schone lucht. Een belangrijke boodschap van de WHO in aanvulling op de advieswaarden is dan ook dat iedere reductie van luchtverontreiniging tot gezondheidswinst zal leiden, zelfs op plekken met relatief schone lucht.

Schone Lucht Akkoord

Het verbeteren van de luchtkwaliteit kan alleen wanneer het wordt gezien en opgepakt als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden, professionals, bedrijven en burgers. Begin 2020 is daarom het Schone Lucht Akkoord gesloten tussen Rijk, provincies en een groeiend aantal gemeenten. Het doel van dit akkoord is om de gezondheidsschade door luchtvervuiling te verminderen. Het streven is om gezondheidswinst te behalen door in 2030 ten opzichte van 2016 de uitstoot van binnenlandse bronnen minimaal te halveren. Om dit te bereiken zijn extra maatregelen nodig.

De GGD’en dragen met expertise en ervaring bij aan verschillende themagroepen van het Schone Lucht Akkoord. Zij maken zich hard voor extra inzetten op maatregelen om gezamenlijk de luchtkwaliteit, en daarmee de gezondheid van inwoners, verder te verbeteren.

Oproep: onderteken ‘Schone lucht akkoord’
De boodschap van de WHO, dat iedere reductie van luchtverontreiniging tot gezondheidswinst zal leiden, onderstreept het belang van het Schone Lucht Akkoord. GGD’en roepen gemeenten daarom op het Schone Lucht Akkoord te ondertekenen.

GGD advisering – uitgangspunten

GGD’en adviseren hun gemeenten bij het schoner en gezonder maken van de lucht. Hierbij verbinden zij het luchtkwaliteitsbeleid (Schone Lucht Akkoord, stikstofdossier met ontwikkelingen zoals het klimaatbeleid en preventie in de publieke gezondheid. Bijvoorbeeld in de lokale Preventieakkoorden. GGD’en baseren zich in hun advisering op de Richtlijn Luchtkwaliteit en Gezondheid, met daarin de volgende uitgangspunten:

1. Neem maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren, ook onder de norm

Er wordt vaak gedacht dat de gezondheid voldoende beschermd is als aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit is voldaan. Dat klopt niet. Elke verbetering van de luchtkwaliteit betekent gezondheidswinst. De GGD vindt het daarom belangrijk om te blijven werken aan een verbetering van de luchtkwaliteit, ook nu vrijwel overal in Nederland wordt voldaan aan de wettelijke normen.

GGD adviseert Neem maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren, ook onder de norm

 

2. Een betere luchtkwaliteit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid

Voor het verbeteren van de luchtkwaliteit zijn zowel lokale, regionale, nationale als internationale maatregelen nodig. Overheden en andere partijen moeten daarom samenwerken en niet naar elkaar wijzen. Daarnaast is het belangrijk dat ook burgers hun steentje bijdragen, bijvoorbeeld door vaker de auto te laten staan en geen of minder hout te stoken. De GGD vindt het belangrijk dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt bij het werken aan een betere luchtkwaliteit.

GGD adviseert Een betere luchtkwaliteit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid

 

3. Neem de meest effectieve maatregelen voor een gezonde luchtkwaliteit

Welke maatregelen effectief zijn, is afhankelijk van de lokale situatie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger. Bronmaatregelen zoals het instellen van een milieuzone of het beperken van de emissie uit een stal, zijn altijd effectief en hebben daarom gezondheidskundig de voorkeur. Zowel overdrachtsmaatregelen als maatregelen bij de ontvanger kunnen in bepaalde situaties tot verbetering leiden maar soms ook juist niet, er is niet universeel te zeggen of ze voor de gezondheid een goede of slechte keuze zijn.

GGD adviseert Neem de meest effectieve maatregel voor een gezonde luchtkwaliteit

 

4. Gevoelige bestemmingen op afstand van drukke wegen en veehouderijen

Hoe dichter men langdurig verblijft bij een drukke weg, hoe groter de gezondheidsrisico’s, ook wanneer de luchtkwaliteit daar aan de wettelijke normen voldoet. Woningen en voorzieningen waar kinderen, ouderen of mensen met een zwakke gezondheid langdurig verblijven moeten vanuit gezondheidskundig oogpunt daarom op ruime afstand van drukke wegen worden gerealiseerd:

  • Niet binnen 300 meter van de snelweg, onafhankelijk van de vraag of aan de wettelijke normen wordt voldaan.
  • Niet in de eerstelijns bebouwing binnen 50 meter van drukke wegen, waarbij ‘druk’ is gedefinieerd als een verkeersintensiteit van meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal.
  • Ook de luchtkwaliteit nabij veehouderijen geeft gezondheidsrisico’s. In de GGD Richtlijn Veehouderij en Gezondheid staan afstandsadviezen voor gevoelige bestemmingen in de nabijheid van veehouderijen.

GGD adviseert Gevoelige bestemmingen op afstand van drukke wegen

 

Relatie gezonde lucht en stikstof
Stikstofverbindingen geven naast schade aan natuur, ook schade aan de gezondheid. Dat komt doordat zij in belangrijke mate bijdragen aan de vorming van fijnstof, de belangrijkste veroorzaker van de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Het terugdringen van de stikstofemissie en –depositie ten behoeve van de natuur draagt daardoor ook bij aan gezondere lucht in heel Nederland. Meer informatie

De belangrijkste stikstofverbindingen in de lucht zijn stikstofoxiden en ammoniak. Stikstofoxiden (NOx) komen vooral in de lucht door het verkeer (uitlaatgassen) en de industrie. Ammoniak (NH3) komt vooral vrij uit de mest en urine van dieren. Veel mensen gebruiken kortweg het woord ‘stikstof’ als het over deze verbindingen gaat.

Lees ook

Reactie GGD GHOR Nederland op het stikstofdebat

7 nov 2019 Veiligheid

Het debat over stikstof is in volle gang en het is een ingewikkeld debat. Het kabinet heeft vandaag maatregelen aangekondigd om het stikstofprobleem op te lossen. Ook GGD ... Lees meer

Lees meer over