Van losse initiatieven naar een lerende beweging
Wat begon als een plek om ervaringen uit te wisselen tussen zes ketenaanpakken, groeide uit tot een landelijk overkoepelend netwerk. Dit leernetwerk ...
Lees meer
In het Landelijk Leernetwerk Preventie en Gezondheidsbevordering komen professionals samen om kennis en ervaringen te delen en uit te wisselen. Zo werken zij samen aan oplossingen voor vraagstukken met betrekking tot de thema’s van de leernetwerken, gebaseerd op de ketenaanpakken zoals beschreven in het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA). In een zevenluik komt elk leernetwerk terug met zijn eigen uitdagingen en doorbraken.
Hoe verminder je de kans op vallen bij ouderen én hoe zorg je dat valpreventie méér wordt dan een afvinklijstje? De trekkers van het Leernetwerk Valpreventie, Sophie Janssens en Irene Bok-Loen, zien valpreventie als een manier voor een bredere visie op vitaal ouder worden.
Irene begint: ‘De deelnemers aan het leernetwerk hebben een rol als regionale/provinciale coördinator van een ketenaanpak Valpreventie, van wie de meesten in dienst zijn bij een GGD of een andere organisatie. Er zijn ook zelfstandigen. Ook zijn de landelijke kennispartners zoals RIVM en Veiligheid NL aangesloten. Met hen werken we toe naar de ketenaanpak Valpreventie bij ouderen.’
‘Iedereen werkt aan dezelfde opgave, maar op zijn eigen manier. Met elkaar leren we waar overeenkomsten en vragen liggen en hoe we de ketenaanpak verbeteren. Met deze deelnemers hebben we een landelijke dekking en dat maakt ons leernetwerk een pan soep met de juiste ingrediënten. Een mooie voorwaarde om tot een goed recept te komen. Momenteel zijn we bezig met het finetunen van het recept: vraagstukken pakken we in subgroepen op.’, aldus Sophie.
Sophie vervolgt: ‘Het is fijn dat Irene en ik de trekkersrol delen, omdat je elkaar helpt de overstijgende blik te behouden. Voor mij is het een nieuwe rol. Als regiocoördinator vanuit een ziekenhuis was ik gewend om met een multidisciplinair team te leren van casuïstiek. Dan krijg je te maken met concrete problemen die je in overleg met elkaar vaak al kunt oplossen. In een leernetwerk gaat het meer over overkoepelende vragen, waarvan de oplossing niet gelijk helder is.’
Irene denkt even na en vult haar aan: ‘Omdat je je verantwoordelijk voelt als trekker, ga je soms te veel trekken. Stop je daarmee, dan staan andere mensen op, hebben we de afgelopen tijd ervaren. Onze rol verschuift daarmee meer naar procesbegeleider. We merken dat we niet alles zelf hoeven te doen en ook mogen loslaten.’
Irene Bok-Loen is provinciaal ketenregisseur valpreventie in Friesland (GGD Fryslân). Ze is opgeleid als gymleraar en had allerlei functies waarbij sport en bewegen centraal stonden, van buurtsportcoach tot regiomanager.
Sophie vertelt: ‘Met elkaar samenkomen om issues te bespreken, zorgt dat je je minder alleen voelt. Bovendien word je minder creatief als je lang bezig bent met hetzelfde onderwerp, in je eigen straatje. Samenwerken helpt je uit die tunnelvisie en de focus op quick fixes.’
Irene herkent zich hierin: ‘Tijdens de bijeenkomsten wisselen we ook ideeën en oplossingen uit die bruikbaar zijn in mijn eigen Friese regio. Zo hoorde ik van een collega in het zuiden van het land dat zij kletspotten hadden ontwikkeld over het thema valpreventie. Deze kletspotten worden neergezet in dorpshuizen, wijkgebouwen of in wachtruimtes bij fysiotherapeuten. De lokale coördinatoren in Friesland waren hier heel enthousiast over en gaan dit nu ook toepassen.’
De meerwaarde het een leernetwerk spreekt ook voor zich als het aan Sophie ligt: ‘Dat je met allerlei smaken bij elkaar bent. Je ziet de overlap in competenties en tegelijk heeft iedereen een andere achtergrond en heeft elke regio een eigen beeld over het onderwerp.’
Irene leg uit: ‘Er zijn niet altijd direct concrete opbrengsten. Veel collega’s, ook Sophie en ik, zijn resultaatgericht en dan is dat wennen.’ Sophie merkt op: ‘Intuïtief voel ik aan dat we samen leren. Maar hoe maak je dat zichtbaar? Tegelijkertijd is een resultaat boeken misschien niet per se nodig. Een succes kan ook een processtap zijn. Zoals afspraken maken over onderlinge communicatie via Teams, netwerkbijeenkomsten organiseren met een gezamenlijke gedragen en gevulde agenda.’
‘Pas nadat we van start waren gegaan, kwamen we met de LISO-werkwijze (zie kader) in aanraking, waarin wordt beschreven hoe je in leernetwerken samen innoveert en verbetert in het sociale domein. Nu zijn we gewoon gestart, maar met die kennis hadden we misschien een iets andere rolverdeling gemaakt voor die van trekker, procesbegeleider, coördinator en van communicatie. Daarnaast hebben we ook geleerd om vraagstukken terug te leggen bij het netwerk. In het begin had ik het idee dat wij als trekkers moesten “leveren”.’, benoemt Sophie.
Irene valt haar bij: ‘Wij voelden ons erg verantwoordelijk om een programma te maken; intussen weet ik dat we het met elkaar vormgeven.’ Sophie reageert daarop weer: ‘En dat je juist ook deelnemers van het leernetwerk op het podium zet om hun kennis te delen. Daar is geen externe spreker voor nodig.’ ‘LISO heeft ons geholpen om minder doel- of outputgericht te zijn. Het gaat om procesgericht kijken en van daaruit leren.’, licht Irene tot slot toe.
‘Met een diversiteit aan deelnemers kunnen we niet alleen knelpunten benoemen, maar direct partijen aan deelonderwerpen verbinden. Met al die partijen komen daarnaast veel meer geluiden naar boven. Dat maakt doorbraken mogelijk voor bepaalde vraagstukken. Zo belanden signalen vanuit een regio, gemeente of wijk via deze structuur op de landelijke tafel, wanneer gezien wordt dat meerdere gemeenten met een soortgelijk knelpunt worstelen. Voor die partijen is dat ook handig. Het ministerie weet nu gelijk wat er speelt bijvoorbeeld.’, legt Sophie uit.
Sophie Janssens is regionaal ketencoördinator valpreventie bij GGD Haaglanden. Hiervoor werkte ze als fysiotherapeut op de (geriatrie)trauma-afdeling binnen een ziekenhuis en was zij regionaal coördinator van een multidisciplinair traumarevalidatie netwerk.
Irene en Sophie zijn beide trekkers van het leernetwerk Valpreventie.
Irene knikt instemmend: ‘Precies, en terug. De ketenaanpak Valpreventie is op papier bedacht en na drie jaar uitvoering zie je dat er bij de verschillende stappen in de keten hobbels zijn. Vaak is een landelijke oplossing nodig om het op regionaal niveau beter te kunnen uitvoeren. We zien in de praktijk dat valpreventietraining een doel op zich wordt – een vinkje voor de gemeente –, in plaats van een middel binnen het bevorderen van vitaal ouder worden. Dat gemeenten dat vinkje graag willen zetten, heeft onder meer te maken met het RIVM, dat voor hun monitor Valpreventie aantallen mensen wil weten die valpreventie hebben gevolgd. Terwijl we, in plaats van “scoren op aantallen”, liever zien dat een valpreventieve training een van de manieren is om vitaal ouder te worden. Een ander voorbeeld is de aanbeveling om valpreventietraining te laten uitvoeren door fysiotherapie. Maar daarvan zijn de kosten hoog en er is een tekort aan fysiotherapeuten die de training kunnen geven. Verder zetten gemeenten in op het kleine groepje kwetsbare mensen dat veel risico loopt. Waarschijnlijk levert het veel meer op als je een bredere doelgroep al eerder stimuleert om te (blijven) bewegen. Het levert meer gezondheidswinst op als je de aandacht richt op ouderen met een matig en laag valrisico. Ik vond het overigens verrassend om te ontdekken dat meer mensen daar zo over denken.’
Sophie ziet dat als volgt: ‘Als leernetwerk ontwikkel je eigenlijk een visie op valpreventie. Met elkaar verandert de invalshoek van nadenken over maatregelen voor valpreventie naar gezondheid in ruime zin voor een brede groep mensen. Vanuit die visie raakt valpreventie ook participatie: naar de supermarkt kunnen en daar een praatje maken.’
Irene reageert enthousiast: ‘Er zit zoveel energie in ons netwerk. Zonder dat je het merkt, worden veel onderlinge contacten gelegd en bellen of mailen deelnemers elkaar.’ Sophie benadrukt: ‘Op die processtappen die we hebben gedaan. En dat er een landelijk dekkend lerend netwerk valpreventie is gekomen. Waarmee we een dag per kwartaal bijeen komen en waarvan alle vijf keren tot nu goed zijn bezocht. Tijdens de werksessies tuimelen we over elkaar van enthousiasme. Er wordt zoveel uitgewisseld; het is een kunst om alles te begeleiden en samenvatten!’
‘Samen leren over valpreventie in brede zin, met positieve gezondheid als insteek, heeft geen kop en staart. Dat loopt door en telkens schieten nieuwe paddenstoelen uit de grond. Ik merk dat ik, als regiocoördinator bij het ondersteunen van gemeenten bij de implementatie van de ketenaanpak, nu zelf ondersteuning ervaar door het leernetwerk. En zo kunnen we tijdens de implementatie nieuwe vragen inbrengen in het leernetwerk en leren van andermans ervaringen.’, aldus Sophie.
Irene glimlacht: ‘Met blijvend landelijke ontmoetingen. Digitaal maar ook fysiek, want dan gebeurt er veel.’ Sophie sluit zich hierbij aan en voegt nog toe: ‘Ja. De GGD biedt inzicht in de harde cijfers, bijvoorbeeld met de gezondheidsmonitor. Tegelijk werken we aan de zachte, het aanjagen, elkaar ontmoeten, verbinden en faciliteren. Ik hoop dat onze open houding blijft en dat er telkens nieuwe knelpunten bijkomen. Want nieuwe vragen tijdens implementatie betekenen niet dat we het verkeerd doen, maar juist dat we verder leren. En trouwens, de organisatie komt dan wel vanuit de GGD’en, maar alle regionale partners zijn welkom met een hart voor preventie en gezondheidsbevordering.’
Meer weten? Overzicht praktijkvoorbeelden valpreventie | VeiligheidNL
De LISO-werkwijze ondersteunt leernetwerken bij het gezamenlijk leren, onderzoeken en verbeteren van de praktijk. De methode stimuleert professionals uit beleid, onderzoek en uitvoering om ervaringen te delen, vraagstukken samen te verkennen en oplossingen te ontwikkelen. Diverse partijen werken en leren samen door te doen, te reflecteren en inzichten direct toe te passen. Met het delen van kennis en ervaring wordt duidelijk wat werkt in de praktijk.
Wat begon als een plek om ervaringen uit te wisselen tussen zes ketenaanpakken, groeide uit tot een landelijk overkoepelend netwerk. Dit leernetwerk ...
Lees meerGezondheidsverschillen verkleinen: hoe doe je dat en waar begin je? In het leernetwerk Sociaaleconomische gezondheidsverschillen zoeken deelnemers daarom bewust naar focus. Trekker ...
Lees meerPer regio verschilt de ketenaanpak overgewicht bij volwassenen. En wat zijn de landelijke kaders? In het Leernetwerk Overgewicht Volwassenen zoeken ze samen ...
Lees meer