Wat maakt samen onderzoeken leuk?
Sophie vertelt: ‘Met elkaar samenkomen om issues te bespreken, zorgt dat je je minder alleen voelt. Bovendien word je minder creatief als je lang bezig bent met hetzelfde onderwerp, in je eigen straatje. Samenwerken helpt je uit die tunnelvisie en de focus op quick fixes.’
Irene herkent zich hierin: ‘Tijdens de bijeenkomsten wisselen we ook ideeën en oplossingen uit die bruikbaar zijn in mijn eigen Friese regio. Zo hoorde ik van een collega in het zuiden van het land dat zij kletspotten hadden ontwikkeld over het thema valpreventie. Deze kletspotten worden neergezet in dorpshuizen, wijkgebouwen of in wachtruimtes bij fysiotherapeuten. De lokale coördinatoren in Friesland waren hier heel enthousiast over en gaan dit nu ook toepassen.’
De meerwaarde het een leernetwerk spreekt ook voor zich als het aan Sophie ligt: ‘Dat je met allerlei smaken bij elkaar bent. Je ziet de overlap in competenties en tegelijk heeft iedereen een andere achtergrond en heeft elke regio een eigen beeld over het onderwerp.’
Wat is lastig in een leernetwerk?
Irene leg uit: ‘Er zijn niet altijd direct concrete opbrengsten. Veel collega’s, ook Sophie en ik, zijn resultaatgericht en dan is dat wennen.’ Sophie merkt op: ‘Intuïtief voel ik aan dat we samen leren. Maar hoe maak je dat zichtbaar? Tegelijkertijd is een resultaat boeken misschien niet per se nodig. Een succes kan ook een processtap zijn. Zoals afspraken maken over onderlinge communicatie via Teams, netwerkbijeenkomsten organiseren met een gezamenlijke gedragen en gevulde agenda.’
Hoe kwam je tot dat inzicht?
‘Pas nadat we van start waren gegaan, kwamen we met de LISO-werkwijze (zie kader) in aanraking, waarin wordt beschreven hoe je in leernetwerken samen innoveert en verbetert in het sociale domein. Nu zijn we gewoon gestart, maar met die kennis hadden we misschien een iets andere rolverdeling gemaakt voor die van trekker, procesbegeleider, coördinator en van communicatie. Daarnaast hebben we ook geleerd om vraagstukken terug te leggen bij het netwerk. In het begin had ik het idee dat wij als trekkers moesten “leveren”.’, benoemt Sophie.
Irene valt haar bij: ‘Wij voelden ons erg verantwoordelijk om een programma te maken; intussen weet ik dat we het met elkaar vormgeven.’ Sophie reageert daarop weer: ‘En dat je juist ook deelnemers van het leernetwerk op het podium zet om hun kennis te delen. Daar is geen externe spreker voor nodig.’ ‘LISO heeft ons geholpen om minder doel- of outputgericht te zijn. Het gaat om procesgericht kijken en van daaruit leren.’, licht Irene tot slot toe.
Waarom is het waardevol als je met diverse partijen samenwerkt?
‘Met een diversiteit aan deelnemers kunnen we niet alleen knelpunten benoemen, maar direct partijen aan deelonderwerpen verbinden. Met al die partijen komen daarnaast veel meer geluiden naar boven. Dat maakt doorbraken mogelijk voor bepaalde vraagstukken. Zo belanden signalen vanuit een regio, gemeente of wijk via deze structuur op de landelijke tafel, wanneer gezien wordt dat meerdere gemeenten met een soortgelijk knelpunt worstelen. Voor die partijen is dat ook handig. Het ministerie weet nu gelijk wat er speelt bijvoorbeeld.’, legt Sophie uit.