Leernetwerk Kansrijke Start groeit door

In het Landelijk Leernetwerk Preventie en Gezondheidsbevordering komen professionals samen om kennis en ervaringen te delen en uit te wisselen. Zo werken zij samen aan oplossingen voor vraagstukken met betrekking tot de thema’s van de leernetwerken, gebaseerd op de ketenaanpakken zoals beschreven in het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA). In een zevenluik komt elk leernetwerk terug met zijn eigen uitdagingen en doorbraken.

Een Kansrijke Start op lokaal niveau

Het leernetwerk Kansrijke Start bestaat het langst, maar is nog lang niet klaar. ‘We bewegen steeds meer naar kennis uitwisselen en samen leren’, vertelt trekker Fiona Brosig. Toch liggen er nog genoeg uitdagingen op het pad van het leernetwerk.

‘De eerste duizend dagen van een kind zijn een belangrijke periode, van vóór en tijdens de zwangerschap tot aan het tweede levensjaar’, vertelt trekker Fiona Brosig, tevens regiocoördinator Kansrijke Start Haaglanden. ‘Het leernetwerk Kansrijke Start werkt in de regio samen om op lokaal niveau een kansrijke start mogelijk te maken voor het kind en de ouders.’

Gemeenten, GGD’en, zorgverleners en kennispartners werken aan dezelfde opgave en geven daar lokaal hun eigen invulling aan. Juist die variatie maakt uitwisseling waardevol: wat in de ene regio werkt, kan elders inspireren of aangepast worden.

Leernetwerk met een voorsprong

Het Leernetwerk Kansrijke Start is het oudste landelijke leernetwerk binnen het Leernetwerkhuis en heeft daardoor wat voorsprong. ‘Met Astrid van de Griendt als co‑trekker en Pharos als vaste partner sinds 2024, is er een stevige basis voor de organisatie van het leernetwerk. Samen met andere betrokken partijen, zoals het RIVM en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, is er een stevige basis voor samenwerking’, vertelt Fiona. ‘Daardoor hebben we ook al meer concrete resultaten kunnen boeken. Zo hebben we al een landelijke website – www.kansrijkestart.nl/pharos -, een appgroep en een subgroep op www.1sociaaldomein.nl. Die laatste website is een soort Facebook voor het sociaal domein. Tussen de bijeenkomsten door bouwen we aan een interactieve community, waarin we elkaar ondersteunen, ervaringen uitwisselen en van en met elkaar leren.’

Van cijfers tot manifest

Daarnaast zijn er andere resultaten geboekt. ‘Zo hebben we een manifest opgesteld om te benadrukken waarom de regionale coördinatie van het programma Kansrijke Start structureel moet worden geborgd. We roepen erin op tot actie van landelijke, regionale en lokale besluitvormers en financiers.’ Door het nauwe contact met het RIVM, lukte het verder om de landelijke cijfers over de voortgang van het actieprogramma Kansrijke Start regionaal uit te splitsen. Fiona: ‘Met die informatie kunnen regio’s beter zien waar zij lokaal aandacht aan moeten besteden.’ Bovendien biedt de samenwerking met zorgverzekeraars kansen.

Trekken als trekker

Uitdagingen blijven er ook. ‘Ongeveer de helft van de deelnemers is echt actief, anderen komen vooral kennis ophalen. Regiocoördinatoren hebben veel op hun bord en er bestaat soms onzekerheid over landelijke kaders, richtlijnen en veranderingen. Dat maakt het lastiger om tijd vrij te maken om mee te denken in de subgroepen van het leernetwerk of om presentaties te organiseren over regionale initiatieven.’

Ze vervolgt: ‘Dat zien we ook als we vragen of mensen een bijdrage willen leveren aan een landelijke bijeenkomst, bijvoorbeeld door te presenteren waarmee ze bezig zijn. We benadrukken daarom dat iets niet “af” hoeft te zijn voordat je het presenteert. Delen wat de eerste stappen zijn of dilemma’s en vragen bespreken, is ook waardevol.’

Afbeelding gerelateerd aan

Fiona Brosig is trekker van het leernetwerk Kansrijke Start en daarnaast regio coördinator van Kansrijke Start en Volwassenen naar Gezonder Gewicht vanuit GGD Haaglanden. Zij oefent deze functies uit als projectleider vanuit Luckt, een innovatiecentrum voor zorg en welzijn. Fiona heeft een achtergrond in de gezondheidspsychologie en onderzoek.

Gelijkwaardige stem

Een andere uitdaging is het betrekken van ervaringsdeskundigen. ‘In de afgelopen jaren was een ervaringsdeskundige (red. vanuit een ervaringsdeskundigengroep van het ministerie van VWS) structureel geïntegreerd binnen het leernetwerk. Deze spiegelgroep is eind 2025 afgerond,’ zegt Fiona. ‘Op dit moment kunnen we gelukkig een oudervertegenwoordiger uit een van de regio’s voor een aantal uur inzetten voor het landelijke netwerk. Ondertussen verkennen we hoe we ervaringsdeskundigheid financieel en organisatorisch toch structureel kunnen borgen.’

 

Door met uitwisselen

Wensen zijn er genoeg en er wordt gezocht naar mogelijkheden om de lerende netwerken te laten voortbestaan. ‘Uit de vragenlijst blijkt dat deelnemers veel behoefte hebben aan uitwisselen van kennis en aan samen leren. Dat is dus de focus van dit jaar.’

Op de planning staan daarom, naast de reguliere bijeenkomsten, webinars met specifieke onderwerpen. Zoals de handreikingen over en praktische toepassing van het AZWA (Aanvullend Zorg‑ en Welzijnsakkoord), de integrale gezinspoli’s en het programma Nu Niet Zwanger. ‘Daarin kan juist een landelijk leernetwerk van meerwaarde zijn, zodat niet iedereen zelf hoeft te bedenken hoe ze daar invulling aan geven.’

Trots op groei en beweging

Fiona noemt de langdurige betrokkenheid van kenniscentrum van Pharos waardevol. ‘Als trekker ben ik er pas een halfjaar, Astrid iets langer en hiervoor waren er al andere regiocoördinatoren. De twee professionals bij Pharos lopen al de hele tijd mee en kennen de geschiedenis van het leernetwerk. Wat Fiona opvalt, is de groei van het netwerk. ‘Er sluiten steeds meer mensen aan en er is echt animo om door te gaan,’ zegt ze. ‘Daar ben ik trots op.’