Leernetwerk Overgewicht en obesitas bij kinderen

Leernetwerk Overgewicht en obesitas bij kinderen

Daarom GGDPreventie

In het Landelijk Leernetwerk Preventie en Gezondheidsbevordering komen professionals samen om kennis en ervaringen te delen en uit te wisselen. Zo werken zij samen aan oplossingen voor vraagstukken met betrekking tot de thema’s van de leernetwerken, gebaseerd op de ketenaanpakken zoals beschreven in het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA). In een zevenluik komt elk leernetwerk terug met zijn eigen uitdagingen en doorbraken.

Bouwen zonder blauwdruk

Het Leernetwerk Overgewicht en obesitas bij kinderen heeft een ingewikkelde opgave, stelt trekker Meike de Haas vast. ‘We zijn aan het bouwen terwijl de fundering nog niet af is.’ Toch onderzoekt het leernetwerk wat al werkt en kan, want ‘dat is een goede manier om te reflecteren en samen te leren.’

Ambitieuze aanpak

Het leernetwerk Overgewicht en obesitas bij kinderen is ambitieus: kinderen met overgewicht en obesitas beter ondersteunen door het zorg- en sociale domein te verbinden. Maar hoe bouw je zo’n aanpak als de randvoorwaarden nog niet op orde zijn? In het leernetwerk Overgewicht en obesitas bij kinderen zoeken professionals samen naar antwoorden. ‘Eigenlijk zijn we aan het implementeren zonder dat de basis duidelijk is’, schetst trekker Meike de Haas, tevens arts en medisch strategisch adviseur gezondheidsbevordering.

Het leernetwerk borduurt voort op een lerend netwerk van JOGG, de eigenaar van Kind naar Gezonder Gewicht (KnGG). Als landelijke partner knopen zij kennis en kunde aan elkaar en werken samen met onderzoeksinstelling Care for Obesity van de Vrije Universiteit van Amsterdam om het leernetwerk verder te ontwikkelen.

Beleid en praktijk lopen niet synchroon

Het leernetwerk richt zich vooral op implementatievraagstukken. Hoe organiseer je de ketenaanpak regionaal, hoe financier je die, en wie neemt welke rol? Meike: ‘Het blijkt ingewikkeld om dat te onderzoeken. Een belangrijke voorwaarde voor de ketenaanpak is bijvoorbeeld dat gemeenten een Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) aanbieden, om het overgewicht of de obesitas van het kind aan te pakken. Een GLI houdt begeleiding in op verschillende gebieden, zoals voeding, beweging en ontspanning. Alleen is er pas recent één kinder-GLI erkend, terwijl gemeenten al drie jaar bezig zijn om beleid en praktijk rond dit thema samen te brengen.’ Het feit dat er slechts één interventie beschikbaar is, brengt extra implementatie-uitdagingen met zich mee. Dit in tegenstelling tot andere ketenaanpakken, waarbij gekozen kan worden uit meerdere interventies.

Ingewikkelde opgave

Datzelfde geldt voor de centrale zorgverlener (CZV), de professional die de rol heeft om de zorg rond het kind en gezin te coördineren en zelf ook ondersteuning kan bieden. Een nieuwe rol: de benodigde competenties zijn pas vorig jaar omschreven en structurele financiering is nog niet passend of tijdelijk. Meike: ‘Ondertussen ligt al wel de taak bij gemeenten om de ketenaanpak rond te krijgen. En dus zoekt elke regio naar uitwegen om het toch voor elkaar te krijgen.’

De deelnemers in het leernetwerk noemen hun opdracht om vorm te geven aan de ketenaanpak dan ook wel eens een ingewikkelde opgave. ‘Je klimt telkens tegen een nieuwe berg op’, stelt Meike vast.

Afbeelding gerelateerd aan

Meike de Haas is trekker van het Leernetwerk Kind Overgewicht en obesitas bij kinderen, adviseur Gezondheidsbevordering, arts Maatschappij + Gezondheid, jeugdarts KNMG bij de GGD Regio Utrecht.

Niet afwachten

Toch is dit de aanleiding voor een nieuwe richting binnen het leernetwerk. ‘In plaats van Rijksbeleid en overheidsbesluiten over financiering afwachten, gaan we zoeken naar voorbeelden van wat al binnen de bestaande kaders kan.’

Zo is er bij gemeenten vaak meer financiële en organisatorische flexibiliteit dan in de Zorgverzekeringswet (Zvw). ‘Dan experimenteren gemeenten bijvoorbeeld met een multidisciplinaire samenwerking tussen fysiotherapeuten, diëtisten en wijkteams. De eerste twee worden vergoed vanuit de Zvw, waardoor je toch een soort kinder-GLI kunt samenstellen.’

Een andere creatieve oplossing is om kinderen te laten aansluiten bij een GLI-groep van volwassenen, bijvoorbeeld als een ouder ook obesitas heeft. ‘Brabant, Limburg en Amsterdam bijvoorbeeld startten al vroeg pilots met deze aanpak. Van hun geleerde lessen kunnen we als leernetwerk gebruik maken.’

Anders argumenteren

Omdat structurele financiering van de ketenaanpak voor alle GGD’en een vraagstuk is, wil het leernetwerk kijken hoe zij gemeenten over de drempel kunnen helpen. ‘Taal kan daarbij ook helpen. Als een gemeente financieel gedreven is, helpen inhoudelijke argumenten niet. Dan is insteken op wat het letterlijk opbrengt slimmer.’

Een ander doel van het leernetwerk is om meer gezamenlijk op te trekken richting landelijke partijen. ‘Iedereen probeert nu vaak individueel invloed uit te oefenen op bijvoorbeeld zorgverzekeraars,” zegt Meike. ‘Samen staan we sterker.’ Dat gebeurde al eerder, bijvoorbeeld met een gezamenlijke memo aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ‘Daarin hebben we knelpunten en gewenste acties benoemd.’ Richting zorgverzekeraars wordt de eerste stap om helder te krijgen wat de inkoopcyclus van zorgverzekeraars is. ‘Weet je wanneer die momenten van besluitvorming vallen, dan kunnen we als netwerk gerichter invloed uitoefenen.’

Uniformiteit van aanpak

GGD’en zijn allemaal anders georganiseerd. Willen we toe naar een structureel gefinancierde ketenaanpak, dan zullen we onderling meer uniformiteit moeten creëren. Zodat een organisatie zoals Pharos of zorgverzekeraar weet wat ze aan een GGD hebben om dit gezondheidsprobleem aan te pakken. Als landelijk leernetwerk kunnen we onderzoeken op welke vlakken we ons als GGD gezamenlijk hetzelfde kunnen inrichten’, schetst Meike.

Van praktisch naar lange termijn

Het leernetwerk kent ook interne uitdagingen. ‘Veel vragen gaan over het hier en nu, terwijl je ook naar de langere termijn wilt kijken’, vindt Meike. Verder vinden deelnemers elkaar voor praktische vragen op het online platform van het JOGG-netwerk. Intussen zijn de projectleiders bezig zijn met de implementatie van de ketenaanpak. ‘Op langere termijn zou het zinvol zijn om te kijken naar de positionering van GGD’en in de kennisinfrastructuur. Daarbij zou je de ketenaanpak als praktisch voorbeeld kunnen gebruiken. GGD’en monitoren immers de publieke gezondheid en zijn betrokken bij gemeentelijke projecten. Door deze combinatie kunnen GGD’en een compleet gezondheidsbeeld schetsen voor een regio of gemeente.’

Van herkenning naar verdieping

Dat er tijdens de bijeenkomsten veel gebeurt, merkt de trekker telkens weer. ‘De tijd vliegt voorbij en vaak kan – of hoef – ik de helft van mijn programma niet uitvoeren. Want uitwisselen gaat vanzelf en is voor iedereen waardevol.’ Herkenning is tijdens de bijeenkomsten bovendien een belangrijke bindende factor. Meike vindt het mooi om te zien hoe de focus nu verschuift naar verdieping. ‘Dat deelnemers voor het eerst vragen om voorbeelden van implementatie laat zien dat we langzaam een volgende fase ingaan.’

Samen het wiel uitvinden

Wat haar betreft gaat die beweging richting reflectie en leren verder. ‘We zijn allemaal iets nieuws aan het doen,’ zegt ze. ‘Juist daarom is het zo belangrijk dat we elkaar opzoeken, zodat we niet telkens hetzelfde wiel uitvinden.’

Als trekker zal ze zelf binnenkort afzwaaien, maar ze heeft nog zeker een wens. ‘Als je weet waar de kansen liggen, kun je je daarop voorbereiden. Die positieve insteek gun ik iedereen in het netwerk.’