Wie wijst de weg in sociaal verwijzen?

In het Landelijk Leernetwerk Preventie en Gezondheidsbevordering komen professionals samen om kennis en ervaringen te delen en uit te wisselen. Zo werken zij samen aan oplossingen voor vraagstukken met betrekking tot de thema’s van de leernetwerken, gebaseerd op de ketenaanpakken zoals beschreven in het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA). In een zevenluik komt elk leernetwerk terug met zijn eigen uitdagingen en doorbraken.

Anders kijken naar gezondheid

Anders kijken naar gezondheid vraagt om doorverwijzen naar andere partners. Wat is ervoor nodig om de keten te verbreden van het medische naar het sociale domein en welke rol speelt de GGD daarin? Trekker van het leernetwerk Sociaal Verwijzen Jim Steenbakkers: ‘Samen proberen we chocola te maken van alles wat er al gebeurt in het land.’

Wat is sociaal verwijzen?

‘Eerstelijnszorgverleners verwijzen patiënten met milde psychosociale klachten naar welzijnswerk of sociale wijkteams. Bijvoorbeeld bij eenzaamheid en stress. Je verwijst vanuit het medische domein naar welzijnswerk en van daaruit naar het sociaal domein. Die werkwijze heette eerst Welzijn op recept. Met Sociaal Verwijzen duiden we aan dat deze manier van werken breder kan worden ingezet. Nu kunnen ook bijvoorbeeld wijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten, praktijkondersteuners van de huisarts (POH) doorverwijzen. De ketenaanpak is dus verbreed.’

Wie nemen deel aan het netwerk?

‘Het ministerie van VWS, VNG, GGD’en, Kennisnetwerk Welzijn op recept, een gemeente en Movisie. Er zijn zo’n twintig mensen actief. Door de verschillende invalshoeken hoor je over regionale verschillen. Daardoor leer je letterlijk van elkaar. Al is het belangrijk om de discussies te kanaliseren! Voor je het weet gaat het gesprek alle kanten op of gaat het over iets wat al eerder is besproken. Zeker omdat er regelmatig nieuwe mensen bij komen. Ook lastig zijn de verschillen in kennisniveaus over de ketenaanpak of basisfunctionaliteit zoals het wordt genoemd. In feite zijn we tot nu toe vooral bezig met hoe we zo’n leernetwerk organiseren en zorgen we voor een gelijk kennisniveau. Hiervoor zijn ook twee communicatiekanalen ingericht, Teams en een appgroep, om kennis uit te wisselen. Verder houd ik heel erg van energie: laten we uitzoeken waar we zin van krijgen. Een beetje onorthodox misschien.’

Wat is jullie doel?

‘Uitzoeken hoe we chocola gaan maken van alles wat er al ligt in het land. Bij andere ketenaanpakken heeft de GGD vaak wel die rol.’

Waarom ligt daar een rol voor de GGD?

‘De GGD kan onafhankelijk advies geven over de inrichting ervan, want veel ketenpartners die al aan de GGD zijn gelieerd, hebben ook een functie in de ketenaanpak Sociaal Verwijzen. Juist door het bij één landelijke partij met regionale organisaties te beleggen kun je je voordeel doen van het regionaal leren.’

Afbeelding gerelateerd aan

Jim Steenbakkers is vanuit GGD Brabant-Zuidoost trekker van het leernetwerk Ketenaanpak Sociaal Verwijzen. Hij is strategisch ontwerper op het gebied van gezondheid, inclusie en domeinoverstijgende samenwerking en adviseur en projectleider op het gebied van gezondheid en welzijn bij ouderen.

Wat is lastig aan een leernetwerk?

‘De deelnemers gaan zichzelf niet organiseren. Er is dus een trekker nodig. De wisselende samenstelling is een uitdaging om samen tot iets te komen. Daarnaast wil je recht doen aan ieders inbreng, maar elke deelnemer heeft een ander kennisniveau. Bovendien heeft de een meer tijd beschikbaar dan de ander voor het leernetwerk. Overigens bestaat er nog geeneens een handreiking van de Ketenaanpak Sociaal Verwijzen.’

Welke rol speelt het leernetwerk daarbij?

‘Ik ben een van de mensen die meeschrijft aan de handreiking – samen met Movisie, ZN, VNG, LHV, InEen, VWS en Sociaal Werk Nederland – en ik gebruik het leernetwerk als klankbord. Het is een unieke kans: we zijn de contouren aan het schetsen van wat het betekent en tegelijk willen we leren hoe we daarbij beter kunnen samenwerken.’

Welke inzichten doen jullie al schetsend op?

‘Bijvoorbeeld over wat de brugfunctionaris kan betekenen. Deze discussie leidde tot het inzicht dat de brugfunctionaris niet alleen de patiënt helpt als “spin in het sociale domein-web”, maar ook een sparringpartner kan zijn voor de doorverwijzende partijen. Met elkaar vinden we woorden voor wat we onbewust al aanvoelden. Zoiets neem ik dan weer mee naar de handreiking.’

Wat wens je voor de toekomst?

‘Ik hoop dat de deelnemers nog meer gaan voelen dat het ook hun leernetwerk is en ik iets meer kan gaan faciliteren in plaats van de kar trekken. Heel graag zou ik het leernetwerk verbreden, dus als je je geroepen voelt, kom erbij! Wat ook wel weer een dilemma oplevert; als je met te veel verschillende deelnemers wilt leren, is dat wellicht weer ingewikkeld… Uiteindelijk zou ik graag met de deelnemers een ontwikkelagenda opstellen. Waar focussen we ons op en op welke punten willen we doorleren? Misschien kunnen we zelfs ervaringsdeskundigen betrekken, ervaren bewoners die structureel meedenken!’