Bron- en contactonderzoek van groot belang in deze fase

17 juni 2020Veiligheid

Vanaf 1 juni kan iedereen die klachten heeft die wijzen op covid-19, zich laten testen. Als uit de test blijkt dat iemand besmet is met het coronavirus, start daarna het bron- en contactonderzoek. Dit zijn er op dit moment meer dan 1.950. Hierbij is het opsporen van de contacten van groot belang. Hiermee zorgen we ervoor dat er zoveel mogelijk mensen die (mogelijk) besmet zijn, binnen blijven zodat ze anderen niet kunnen besmetten. Daarnaast zoeken we naar de bron van een besmetting.

Contacten waarschuwen en ‘brandjes uittrappen’

Bron- en contactonderzoek houdt twee dingen in, namelijk: dat de GGD’en samen met de patiënt gaan uitzoeken met wie zij contact hebben gehad (vanaf 48 uur voordat de klachten begonnen), zodat de GGD’en met deze mensen contact kunnen leggen om hen te waarschuwen en te adviseren om twee weken in quarantaine te gaan. Op deze manier is er minder kans op besmetten van andere mensen. Dit doen de GGD’en volgens het protocol dat door het RIVM is opgesteld.

Daarnaast wordt gekeken wat de mogelijke bron is van de besmetting. Deze is vaak lastig te achterhalen, zeker nu het virus al langer in het land is. “Als ik jou vraag waar je de afgelopen veertien dagen bent geweest en er zit niet iets bij wat wij herkennen van andere besmettingen, kunnen we niet vaststellen waar je corona hebt opgelopen”, zegt Sjaak de Gouw. De GGD’en letten regionaal wel op mogelijke ‘clusters’ of verheffingen die aan dezelfde bron kunnen worden gerelateerd, en daarvoor moet je dus meerdere brononderzoeken combineren.

Alle besmettingen en contacten worden geregistreerd in een systeem waarmee het RIVM een landelijk overzicht heeft. Zij zien bijvoorbeeld dat er landelijk 1,7% van de door de GGD getest mensen besmet zijn. Ook zien zij dat het percentage coronavirus-positieve testen het hoogst is bij mensen die bij klachten getest worden in het kader van bron- en contactonderzoek, namelijk 15,8% van ruim 1.700 testen. Dit zijn mensen die in contact zijn geweest met een bevestigde COVID-19 patiënt (zie voor meer informatie het bericht van RIVM).  Er worden door het bron- en contactonderzoek dus meer besmette personen opgespoord.

Bij iedere besmetting start er bron- en contactonderzoek

De bron- en contactonderzoeken worden in eerste instantie uitgevoerd door medewerkers van de lokale GGD’en. Zij hebben op dit moment voldoende capaciteit om de bron- en contactonderzoeken in de regio uit te voeren. Daarnaast zorgt een landelijk opschalingsmodel dat GGD’en een beroep kunnen doen op extra capaciteit voor het uitvoeren van bron- en contactonderzoek indien zij dat nodig hebben. Die extra capaciteit wordt geleverd door de alarmcentrales (gecoördineerd door SOS International) en het Nederlandse Rode Kruis. Zij werven en leiden mensen op zodat deze klaar staan zodra het nodig is.

“Dit werkt alleen als mensen zich aan de maatregelen houden”

Het uitvoeren van bron- en contactonderzoek is belangrijk in de strategie om het virus in Nederland in te dammen. Hierbij is het cruciaal dat mensen met klachten thuis blijven en zich laten testen én dat mensen zich houden aan de maatregelen zoals drukte vermijden. Sjaak de Gouw:  “Onze aanpak in Nederland werkt alleen als iedereen zich aan de regels blijft houden. Alleen zó voorkomen we een enorme toename aan besmettingen. Door het bron- en contactonderzoek van de GDD’en en het je houden aan maatregelen, kun je je veilig op straat begeven omdat mensen met klachten thuis zijn.”