Reactie GGD GHOR Nederland op kamerdebat en kamerbrief van 7 mei 2020

7 mei 2020Veiligheid

In de Kamerbrief van de minister ligt de nadruk op de eerste stappen richting versoepeling van de maatregelen. De mensen willen steeds meer hun vrijheid terug en uit de brief wordt duidelijk dat de GGD’en een belangrijke bijdrage hieraan kunnen leveren. De GGD’en staan voor een opgave die zijn weerga niet kent, maar werken er op dit moment hard aan, om zoals altijd, de gestelde richtlijnen op het gebied van testen en bron- en contactonderzoek te kunnen blijven uitvoeren.

Naast het feit dat iedereen geacht wordt zich aan de maatregelen te houden zoals ‘houd 1,5 meter afstand’, is een intensief testregime met bijbehorend bron- en contactonderzoek nodig om een goed zicht te houden op het verloop van het virus en om opflakkeringen van het virus snel de kop in te kunnen drukken.

Testen

Het RIVM heeft berekend dat het aantal testen per dag in mei naar verwachting op ruim 8.000 uitkomt. Op dit moment hebben de GGD’en landelijk nog testcapaciteit over, dus zijn zij in staat om alle vastgestelde doelgroepen te testen. Wanneer er in juni gestart wordt met het testen van iedereen met klachten, leidt naar verwachting tot een testvraag van ca 28.000 testen per dag. Daarvoor is verdere opschaling nodig. Op dit moment zijn de GGD’en bezig om dit te organiseren, samen met andere partijen die hiervoor nodig zijn. Er wordt gewerkt aan een landelijk plan voor opschaling ten behoeve van testen en ten behoeve van bron- en contactonderzoek, waarbij bekeken wordt hoe testen en bron- en contactonderzoek zo slim en effectief mogelijk kunnen worden georganiseerd, en waarbij we ook gebruik maken van voorzieningen buiten de GGD.

Hoewel de inhoud van het testbeleid en de wijze van bron- en contactonderzoek gelijk zijn, verschilt de wijze waarop GGD’en dat organiseren per regio en dus per GGD. De één werkt met samenwerkingsafspraken met zorginstellingen in de regio, de ander zet eigen personeel in, weer een ander zet mensen van buiten de GGD in. De wijze van organisatie sluit aan op de situatie in de regio.

Bron- en contactonderzoek

GGD’en voeren in geval van een infectieziekte altijd bron- en contactonderzoek uit. Daarmee spoor je besmette personen zo snel mogelijk op zodat voorkomen wordt dat zij anderen besmetten. De rol van bron- en contactonderzoek in de bestrijding van COVID-19 varieert per fase van de pandemie. Aan het begin van de uitbraak vond er volop bron- en contactonderzoek plaats. Op 12 maart is die richtlijn gewijzigd omdat het virus inmiddels zo breed verspreid was. Ook toen is het contact van de GGD met elke besmette persoon gebleven, maar richtte het onderzoek zich vooral op het opsporen en waarschuwen van kwetsbare mensen. Overigens zijn veel GGD’en doorgegaan met een uitgebreider bron- en contactonderzoek.

Afschalen van maatregelen en dus meer vrijheid voor mensen is pas mogelijk als mensen met klachten worden getest en er uitgebreid bron- en contactopsporing wordt gedaan. Daarom zijn per 6 mei de richtlijnen aangepast en hebben de GGD’en zich voorbereid op een flinke opschaling van bron- en contactonderzoek. Wanneer er in juni nog uitgebreider getest wordt, zal er onvermijdelijk ook meer bron- en contactonderzoek uit voortvloeien en moeten de GGD’en verder opschalen.

“Monsterklus”

Hugo Backx, directeur GGD GHOR Nederland is er duidelijk over: “De GGD’en hebben een dergelijke omvang van een infectieziekte nog niet eerder meegemaakt en dus ook niet deze hoeveelheden aan te testen personen en deze omvang van bron- en contactonderzoek. Maar bij infectieziektebestrijding zijn GGD’en gewend aan snel handelen, crisismanagement en opschalen. En vanuit die ervaring streven wij ernaar dat dat ook met deze omvang gaat lukken”.