Bron- en contactonderzoek

Met testen, traceren (bron- en contactonderzoek) en vaccineren kunnen we samen zorgen voor versoepeling van de coronamaatregelen. In Nederland zijn de 25 GGD’en verantwoordelijk voor deze taken. Bron- en contactonderzoek (BCO) is een van de kerntaken van de GGD. Het is het dagelijkse werk van de afdeling infectieziektebestrijding bij de regionale GGD’en.

Door grote drukte verloopt het bron- en contactonderzoek anders dan gebruikelijk. Lees hier meer over de actuele situatie:

Wat is bron- contactonderzoek?

De GGD’en voeren bron- en contactonderzoek uit bij verschillende infectieziekten. Met dit onderzoek kunnen we (mogelijk) besmette personen zo snel mogelijk opsporen en voorkomen dat zij anderen besmetten. Bij bron- en contactonderzoek achterhalen we waar iemand de infectie heeft opgelopen en onderzoeken we met wie de besmette persoon contact heeft gehad in de besmettelijke periode.

Brononderzoek
Bij brononderzoek zoeken we uit waar iemand mogelijk besmet is geraakt. Met deze kennis kunnen we maatregelen treffen om verdere verspreiding van een infectieziekte tegen te gaan.

Contactonderzoek
Bij contactonderzoek gaan we na met wie de besmette persoon contact heeft gehad. We doen dit om personen die risico lopen op besmetting zo vroeg mogelijk te waarschuwen en te adviseren. Bijvoorbeeld over wel of niet thuisblijven (quarantaine en isolatie) en testen.

Quarantaine en isolatie

Als je in quarantaine gaat, blijf je thuis. In quarantaine gelden de volgende leefregels:

  • Blijf thuis en ontvang geen bezoek.
  • Blijf op 1,5 meter afstand van je huisgenoten.
  • Was je handen en nies of hoest in je elleboog.
  • Heeft een huisgenoot COVID-19? Vermijd dan contact met de huisgenoot die besmet is en houd je spullen en je huis schoon.
  • Heb je zelf COVID-19? Ga dan in isolatie. Blijf zoveel als mogelijk alleen op een eigen kamer. Zo zorg je dat jouw huisgenoten geen contact met jou kunnen hebben.

Wie voert bron- en contactonderzoek uit?

GGD’en hebben speciale onderzoekers voor het bron- en contactonderzoek. Dit zijn mensen met verschillende achtergronden die weten hoe ze het onderzoek moeten uitvoeren en wat ze met de resultaten moeten doen. Zij doen dit altijd volgens de richtlijnen van het RIVM. Artsen infectieziektebestrijding zijn eindverantwoordelijk voor de medische inhoud van het bron- en contactonderzoek.

Samenwerking met partners
Alle GGD’en hebben een team infectieziektebestrijding. Deze teams zijn flink uitgebreid sinds de uitbraak van COVID-19, zowel met mensen binnen de GGD (van andere teams) als buiten de GGD (bijvoorbeeld door opgeleide studenten, vrijwilligers en uitzendkrachten). Regionaal werken de GGD’en ook samen met callcenters waarmee ze eerder hebben gewerkt.

Als het nodig is, kunnen regionale GGD’en gebruikmaken van de landelijke partijen waarmee GGD GHOR Nederland afspraken heeft gemaakt. Ook kan het voorkomen dat de ene GGD de andere GGD helpt met het bron- en contactonderzoek. Dit gebeurt bijvoorbeeld als er expertise nodig is waar de landelijke BCO’ers niet voor zijn getraind.

Ongekende omvang van COVID-19

De GGD’en hebben de omvang van een infectieziekte als COVID-19 niet eerder meegemaakt. Testen op deze schaal is nieuw voor de GGD’en en de omvang van bron- en contactonderzoek is ongekend. Bij infectieziektebestrijding zijn GGD’en echter gewend aan snel handelen, crisismanagement en opschalen. Vanuit die ervaring kunnen we de gestelde richtlijnen blijven volgen.

Aanpak regelmatig aangepast
Ontwikkelingen gaan snel en situaties zijn veranderlijk en daarom moeten we de aanpak bij COVID-19 regelmatig aanpassen.