Omgevingswet: een gezonde en veilige leefomgeving

De fysieke leefomgeving verandert voortdurend: een energieleverancier wil windmolens plaatsen, een geitenhouder wil uitbreiden, of er wordt een nieuwe wijk gebouwd. Met de nieuwe Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen.

Elke ontwikkeling in de fysieke leefomgeving heeft invloed op aspecten als luchtkwaliteit, geluidsniveau, bodemkwaliteit, mobiliteit, duurzaamheid en meer. Die aspecten beïnvloeden dan weer de gezondheid en veiligheid van mensen, positief of negatief.

Eén van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet, die op 1 juli 2023 ingaat, is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Het is hierbij belangrijk dat gezondheid op een gelijkwaardige manier meeweegt in het omgevingsbeleid. Door de juiste keuzes te maken, kan namelijk veel gezondheidswinst worden geboekt. Daarom is het voor gemeenten zinvol om GGD’en en GHOR-bureaus zo vroeg mogelijk in het proces te betrekken bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Naar aanleiding van de nieuwe Omgevingswet stellen Rijk, provincies en gemeenten elk een ‘omgevingsvisie’ op: een ambitie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. Een omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed.

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. GGD GHOR Nederland heeft laten weten tevreden te zijn met de ambities voor gezondheid in de concept-NOVI, maar ook bezorgd te zijn over de feitelijke uitvoering.

Programma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’

Gemeenten (VNG), provincies (IPO), waterschappen (UvW) en het Rijk zijn al druk bezig met het invoeren van de Omgevingswet. Met het programma Aan de slag met de Omgevingswet ondersteunen zij overheden, maatschappelijke partners, bedrijven, initiatiefnemers en belanghebbenden om straks met de wet te kunnen werken.

Een Gezonde Leefomgeving

Een gezonde leefomgeving is een omgeving die de bewoners als prettig ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn, en negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is.

Belangrijke elementen voor een gezonde leefomgeving zijn:

  • Uitgenodigd worden te bewegen (wandelen, fietsen, spelen)
  • Elkaar ontmoeten
  • Ontspannen
  • Een goede milieukwaliteit (lucht, geluid, bodem)
  • Klimaatbestendigheid (zoals meer groen voor tegengaan hitte- en wateroverlast)
  • Goede toegang tot voorzieningen
  • Een gezond voedselaanbod

Door de leefomgeving gezonder in te richten kan veel gezondheidswinst worden geboekt. In Nederland is gemiddeld bijna 6 procent van de ziektelast toe te schrijven aan milieufactoren. Lokaal kan dit flink variëren, zo tussen de 4 en 14 procent. Ook voor overgewicht, weinig lichamelijke activiteit, eetgedrag en roken speelt de omgeving een belangrijke rol. De invloed van gedrag op de ziektelast is maar liefst 18,5 procent.

Kernwaarden Gezonde Leefomgeving

GGD GHOR Nederland heeft in samenwerking met het RIVM en vele andere GGD-collega’s de kernwaarden voor een gezonde leefomgeving opgesteld. Die zijn bedoeld voor alle professionals die aan de slag willen met gezondheid in omgevingsbeleid.

Deze kernwaarden geven handvatten om in gesprek te gaan met of binnen gemeenten over een gezonde leefomgeving. De waarden komen idealiter in elk ruimtelijk plan aan de orde op het gebied van woonomgeving, mobiliteit en gebouwen:

Woonomgeving

  • Kinderen groeien op in een rookvrije omgeving.
  • Voor iedereen zijn er in de buurt toegankelijke aantrekkelijke plekken.
  • De leefomgeving draagt bij aan een gezond gewicht.
  • Wonen en druk verkeer zijn gescheiden.
  • Functies als wonen, werken, voorzieningen zijn goed gemengd en overlastgevende bedrijven staan op afstand.

Mobiliteit

  • Actieve verplaatsing, zoals lopen en fietsen, is de standaard in beleid, ontwerp en gebruik.
  • Tussen kernen zijn goede (e-)fiets- en OV-verbindingen.

Gebouwen (woningen, scholen, etc.)

  • Het binnenklimaat is prettig en gezond.
  • Minimaal één zijde van een woning is ‘aangenaam’ (ondervindt niet tot nauwelijks last van onrust, lawaai en luchtverontreiniging).
  • Er zijn voldoende betaalbare levensloopgeschikte woningen.

Bovenstaande punten staan uitgewerkt in het document  Kernwaarden gezonde leefomgeving.

Gezien de eisen is het voor gemeenten zinvol om GGD’en te betrekken bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.